Hoe bereid je je voor op het onbekende? Dat blijkt lastig. Hoeveel baby's er in je omgeving ook ter wereld komen, pas als je zelf een kind krijgt, merk je hoe het is om ouder te zijn. Met pensionering is het net zo. Je ziet anderen hun carrière afsluiten, maar hoe dat voor jou wordt, weet je pas als het zover is.
Nog geen derde van de 55-plussers vindt dat-ie goed is voorbereid op wat er komen gaat, blijkt uit een enquête van ouderenvereniging Anbo-PCOB. Gepensioneerden die terugkijken op de overgang van werk naar pensioen zijn iets positiever: achteraf bezien zegt 43 procent dat hun voorbereiding prima in orde was.
Maar voor de meerderheid was het dus een sprong in het diepe. Werknemers worden in die laatste fase van hun carrière dan ook niet echt bij de hand genomen, ziet Anneke Sipkens, directeur-bestuurder van Anbo-PCOB. 'Als ze iets doen, dan komt dat vaak uit henzelf.'
Zelf het wiel uitvinden
Zitten ze in over hoe ze zin geven aan hun leven als het werk straks wegvalt, 'dan pakken ze er een boek bij', zegt Sipkens. 'We hebben de indruk dat veel mensen het wiel zitten uit te vinden.' Dat kan beter, vindt ze.
Anbo-PCOB ondervroeg ruim 6500 mensen, verdeeld over beide groepen: 55-plussers tot 66-plussers voor wie pensionering in zicht komt en 67-plussers die de AOW-leeftijd al (lang) hebben bereikt.
Die 67-plussers blijken overigens best tevreden over hoe het leven na hun pensionering uitpakt. Bijna driekwart vindt dat ze op het juiste moment zijn gestopt (20 procent had langer door gewild, 8 procent korter). Ruim de helft krijgt ongeveer het inkomen dat ze verwachtten (17 procent was zelfs aangenaam verrast, een kwart juist teleurgesteld). Twee derde mist het werk niet of nauwelijks (30 procent soms en 4 procent vaak). En 81 procent viel niet in een zwart gat.
Het zwarte gat is niet voor altijd
Maar 19 procent van de gepensioneerde respondenten dus wel. Die voelden de leegte die volgt op een werkzaam leven. 'Dat is best veel', zegt Sipkens. Al nuanceert ze direct: in zo'n gat zit je niet jarenlang. 'Het duurt vaak een jaar of twee voor mensen een nieuwe routine hebben opgebouwd.'
Wat opvalt in de antwoorden, zegt Eric Brendel, beleidsadviseur bij Anbo-PCOB, is dat mensen die ruim voor de AOW-leeftijd met pensioen gingen hun werk veel minder missen dan degenen die doorwerkten na hun AOW-leeftijd. 'Wellicht valt die laatste groep eerder in een gat. We zien in de praktijk dat mensen met een drukke job maar beperkt tijd hebben om privé sociale contacten te onderhouden.' Dat maakt ze kwetsbaarder als werk en collega's wegvallen, zegt hij.
Het is makkelijker gezegd dan gedaan, erkent hij, maar toch is de tip: bereid je voor. Bouw je je werkzaamheden langzaam af of stop je van de ene op de andere dag? Brendel: 'Beide kunnen goed zijn, als het maar een bewuste keuze is.'
'Doe wat voor jou zinvol is'
Autonomie, verbondenheid en zingeving zijn drie 'belangrijke waarden' voor de mens, zegt Brendel. Rond de pensionering, én erna, komen ze onder druk te staan. Die autonomie wordt minder als je kwalen krijgt en hulp nodig hebt. De band met collega's verwatert en je vriendenkring dunt uit, omdat mensen overlijden. En nadat die automatische zingever – werk – wegvalt, moet je er zelf iets voor in de plaats verzinnen.
Brendel: 'De gepensioneerden in het onderzoek zeiden: neem de tijd om te schakelen en te wennen. Plemp je agenda niet meteen helemaal vol. Bouw rustig een nieuw ritme op, houd de regie en doe wat voor jou zinvol is.'
Maar, zeggen Sipkens en Brendel, mensen moeten hier niet alleen voor staan. Zoals pensioenfondsen hun deelnemers informeren over de financiële kant van pensionering, zo moeten er ook partijen zijn die de sociale en mentale begeleiding op zich nemen. Jazeker, hun ouderenvereniging organiseert bijeenkomsten voor 60-plussers, maar eigenlijk ligt hier een taak voor werkgevers, vinden ze.
Er zijn wel werkgevers die oudere werknemers cursussen aanbieden, zegt Sipkens, maar die doen dat op eigen initiatief en het gebeurt niet op grote schaal. Ze sprak werkgeversorganisatie VNO-NCW erop aan, maar die was niet heel happig. 'Die zien het niet als hun taak om mensen voor te bereiden op pensioen. Zij zijn er primair voor de werkenden, zeggen ze.'
(0)Comments